Elke leerling van het Beekdal Lyceum is een uniek jong individu in ontwikkeling die met een havo- of een vwo-diploma de school wil verlaten. De school heeft een pedagogische taak en een zorgplicht voor elke leerling die is aangenomen. In de zorgstructuur van het Beekdal Lyceum is het uitgangspunt: de leerling staat centraal!
Eerstelijnszorg
De mentor vormt de spil in de begeleiding. Elke klas of groep (bovenbouw) heeft een eigen mentor. In het rooster is tijd ingeruimd voor de begeleiding. De mentor begeleidt de leerlingen op het gebied van:
Sociaal emotionele zaken
De ontwikkeling die een leerling doormaakt vanaf het 12de jaar is ingrijpend en vaak ook heftig. De mentor is het vaste aanspreekpunt waar elke leerling zijn of haar verhaal kwijt kan. De mentor probeert de leerling zo goed mogelijk te helpen bij het leren hanteren of het oplossen van een probleem, met de nadruk op leren. Elke mentor heeft met enige regelmaat een begeleidingsgesprek met zijn/haar mentorleerlingen. In leerjaar 1 en 2 worden Saqit-testen (School Attitude Questionnaire Internet) afgenomen.
Studiebegeleiding
In klas 1 en 2 worden studievaardigheden aangeleerd die nodig zijn voor de totale opleiding. Deze basis studievaardigheden worden in de daarop volgende leerjaren uitgebreid.
Keuze-/ loopbaan oriëntatie begeleiding (LOB)
Vanaf klas 3 wordt er onder leiding van de mentor gewerkt met een lesmethode die de leerling gebruikt ter ondersteuning van het keuzeproces.
Tweedelijnszorg
Naast de mentoren zijn er ook leerlingbegeleiders voor de onderbouw, de havo- en de vwo afdeling. De leerlingbegeleider heeft een tweede lijnsfunctie. Bij grote of complexe problemen kan de mentor de leerlingbegeleider inschakelen. Leerlingen of ouders kunnen ook rechtstreeks de hulp van een leerlingbegeleider vragen. De leerlingbegeleiders en de mentoren hebben zeer regelmatig overleg over de leerlingen en/of de klas.
Docenten met een speciale zorgtaak
Voor leerlingen die gehinderd worden door dyslexie, faalangst of die wat moeite hebben met het functioneren in een sociale setting, zijn er docenten geschoold in het leren omgaan met
dit soort problematiek. Deze docenten maken samen met de leerlingbegeleiders en zorgcoördinatoren deel uit van een intern zorgteam.
Derde lijnszorg
Zowel de onderbouw als de bovenbouw heeft een zorgcoördinator. Deze houdt zich vooral bezig met de coördinatie van de totale zorg en met de leerlingen die speciale zorg nodig hebben. De zorgcoördinator heeft contact met externe instanties en de afdeling leerplicht van de gemeente Arnhem en kunnen verwijzen als het nodig is.
Daarnaast is er een Zorg Advies Team. Hierin zitten naast de school interne zorgspecialisten ook schoolexterne zorgspecialisten, zoals de schoolarts, een orthopedagoog, maatschappelijk werker, een vertegenwoordiger van Bureau Jeugdzorg, een leerplichtambtenaar en soms de schoolagent. Het is een multidisciplinair overleg waarin een brug wordt geslagen tussen schoolinterne en schoolexterne leerlingbegeleiding. Als er op schoolniveau geen adequate oplossingen voor een probleem bij een leerling gevonden wordt, kan de leerling in het ZAT besproken worden. Dit wordt altijd vooraf met de ouders overlegd en ouders moeten daar hun toestemming voor verlenen. Het ZAT adviseert vervolgens de ouders en/of de school. Het ZAT komt om de 6-8 weken bijeen.
Specifieke begeleiding
Er is een intern zorgteam dat verantwoordelijk is voor:
• Faalangst reductie training (onderbouw)
• Sociale vaardigheidstraining (onderbouw)
• Dyslexie begeleiding (onder- en bovenbouw)
• Examenvrees reductie training (bovenbouw)
• Rugzakbegeleiding cluster 3 en 4
Dit interne zorgteam staat onder leiding van twee zorgcoördinatoren, te weten: mevrouw
M. Sterenberg (bovenbouw) en de heer M. Jager (onderbouw).
Binnen het Beekdal Lyceum wordt gewerkt aan een verfijnder protocol voor dyslexie. Dyslectische leerlingen hebben een pasje waarop staat vermeld van welke faciliteiten zij gebruik mogen maken.
Toelating zorgleerlingen
Aanmelding van een leerling is mogelijk als er sprake is van een positieve beschikking van een Commissie Voor de Indicatiestelling, ook wel een leerling met een 'rugzak'³ genoemd.
Na de aanmelding wordt door de school, aan de hand van in het schoolzorgplan vast te stellen criteria, bekeken of en in hoeverre aan de onderwijskundige vragen van de leerling tegemoet gekomen kan worden. Centraal staat het belang van de leerling en de mogelijkheden van de school om het ontwikkelingsproces van de leerling te ondersteunen. De school zal bij de beantwoording van de hulpvraag gebruik maken van een aan school aangesloten Regionaal Expertise Centrum en/of van de mogelijkheden welke het samenwerkingsverband biedt. Bij het besluit tot toelating zal er altijd sprake zijn van een gemeenschappelijk besluit. Wij gaan er immers vanuit dat een leerling na toelating de gehele voortgezet onderwijsperiode op onze school welkom zal zijn.
Na toelating krijgen deze leerlingen een begeleider van school toegewezen die ze ondersteunt en begeleidt bij hun specifieke problemen. Bij deze leerlingen stelt de zorgcoördinator in samenwerking met de schoolbegeleider en de betreffende ambulant begeleider (van het Regionaal Expertise Centrum) een handelingsplan op en wordt indien nodig 2e lijn begeleiding ingezet. Meneer M. Jager is de zorgcoördinator voor LGF leerlingen in de onderbouw.
De Veilige school - ‘Rem op geweld’
Wij vinden het één van onze belangrijkste taken om ervoor te zorgen dat wij voor leerlingen en medewerkers een veilige school zijn. Fysiek en/of verbaal geweld wordt niet getolereerd. Het Beekdal Lyceum heeft samen met politie en justitie in Arnhem in het kader van het project (‘Rem op geweld’) afspraken gemaakt m.b.t. de veiligheid in en om onze school. Het doel hiervan is te komen tot een zo veilig mogelijk werk-, leer- en omgangsklimaat voor iedereen op school.
Vindt er op of rond de school een incident plaats dan wordt dit besproken met de gebiedsagent. De gebiedsagent en de contactpersoon kennen elkaar en hebben regelmatig overleg over zaken die de veiligheid betreffen. Mochten er vragen zijn, neem dan contact op met mevrouw M. Sterenberg.
³Toelichting “rugzak”: met de Wet Leerlinggebonden Financiering (LGF) heeft de integratie van kinderen met een handicap in het reguliere onderwijs een wettelijke basis gekregen. Leerlingen die vanwege hun handicap in het reguliere onderwijs extra voorzieningen nodig hebben, krijgen een leerlinggebonden budget. Ouders kunnen met dat budget kiezen voor een speciale school of voor een reguliere school.