Submenu

Beekdal slide-rotator - 028.JPG
Beekdal slide-rotator - 002.jpg
Beekdal slide-rotator - 224.JPG

Rapportage en overgangsnormen

Hieronder vindt u een overzicht van de rapportages 2011-2012, zoals u die dit jaar kunt verwachten.
Alle leerlingen krijgen vier cijferrapporten. Het vierde rapport is een overgangsrapport.

Onderbouw

Cijfers
De cijferrapportage is cumulatief. Dat betekent dat voor de cijferrapporten steeds alle tot dan toe behaalde cijfers meetellen. De cijfers op de rapporten worden op 1 decimaal afgerond. Behalve het jaarcijfer op het overgangsrapport, dat heeft 0 decimalen. Het overgangscijfer bestaat uit een gewogen gemiddelde van alle cijfers van dat vak
van het gehele betreffende cursusjaar (6,49 wordt 6; 6,50 wordt 7). Aan proefwerken, so’s, opdrachten, werkstukken e.d. kan bij de diverse vakken een verschillende zwaarte toegekend worden. Dit wordt door de secties vastgesteld en wordt via Teletop aan ouders en leerlingen meegedeeld.

Bevordering
De leerlingen worden bevorderd op basis van de cijfers op het overgangsrapport. Alle vakken tellen even zwaar mee. Er wordt alleen gekeken naar het aantal tekortpunten. Hierbij gelden de volgende afspraken:

cijfer:

tekort

5

1

4

2

3

3

2

4

  1. De tekortpunten in de cijferlijst van de leerling worden bij elkaar opgeteld.
  2. Een leerling is automatisch bevorderd als er niet meer dan 2 tekortpunten op de lijst voorkomen.
  3. Een leerling met 4 of meer tekortpunten kan niet bevorderd worden.
  4. Leerlingen met 3 tekortpunten worden besproken.
  • Als een leerling niet bevorderd kan worden (punt 3) brengt de overgangsvergaderingeen bindend advies uit over het vervolgtraject. Een advies (bijvoorbeeld om over te stappen naar een ander schooltype) kan alleen maar bindend zijn als uiterlijk bij rapport 3 aan de ouders/verzorgers dit advies schriftelijk is overgebracht.

Er zijn dan de volgende mogelijkheden:

  • onder speciale voorwaarden toch overgaan
  • doubleren
  • ander type onderwijs

Een leerling mag niet in 2 opeenvolgende schooljaren blijven zitten.
Zou dit het geval zijn dan wordt de leerling verwezen naar een ander type onderwijs.

Valt een leerling in de bespreekmarge (punt 4) dan zijn er de volgende mogelijkheden:

  • Een aanvullende opdracht met cijfereis.
  • Een aanvullende opdracht zonder cijfereis
  • Een combinatie van genoemde 2 opdrachten
  • Zonder meer bevorderd
  • Niet bevorderen

Klas 2 
Als aanvulling geldt voor de overgang van de 2e klas naar 3e klas: Leerlingen mogen ten hoogste één vijf voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde scoren. Een leerling is dus niet bevorderd als a) er meer dan één vijf voor deze vakken op het eindrapport staat; b) er een vier of lager voor deze vakken op het eindrapport staat.
Behalve de normen voor overgang, gelden bij klas 2 ook een aantal afspraken voor de doorstroom naar havo of vwo. Bij rapport 3 geven alle docenten van de havo/vwo brugklassen een voorlopig advies over 3 havo, 3 vwo of een ander type onderwijs.
Bij rapport 4 volgt het definitieve advies. Bij de overgangsvergadering wordt eerst gekeken of de leerling naar het 3e leerjaar kan worden bevorderd. Hiervoor gelden de algemene overgangsregels. Daarna wordt gekeken of de leerling naar 3 havo of 3 vwo kan worden bevorderd.

Voor deze niveaubevordering gelden de volgende regels:

  • Bij deze niveaubepaling wordt gekeken naar het jaargemiddelde dat op 1 decimaal is afgerond.
  • Een leerling kan bevorderd worden naar het vwo als er hoogstens één 5 op de lijst voorkomt en het gemiddelde van alle vakken 7.0 of hoger is.
  • Is het gemiddelde jaarcijfer 6.7 of lager dan wordt deze leerling altijd naar 3 havo bevorderd
  • Is het eindcijfergemiddelde 6.8 of 6.9 dan beslist de docentenvergadering over de
    niveaubevordering. Hierbij spelen factoren als werkhouding, inzet en concentratie
    een rol. Deze uitspraak is bindend.

Als aanvulling geldt voor de overgang van de 2e klas naar 3 vwo:
Voor de vakken Nederlands, Engels, en wiskunde samen minstens 21,0 punten behaald
is op basis van niet-afgeronde eindcijfers, en het niet-afgeronde eindcijfer voor elk
van deze minimaal 6.0 is. 

Klassen 4 en 5

Cijfers
De cijferrapportage is cumulatief. De cijfers worden op 1 decimaal afgerond. Het jaarcijfer heeft 0 decimalen. Er ontstaat dus een jaarrapport met drie cijfers met 1 decimaal en een eindcijfer met 0 decimalen. In het begin van het schooljaar geven de secties in Teletop aan welke gewichten de soorten toetsen hebben.

Bevordering Tweede Fase (4 havo, 4 vwo en 5 vwo)
De leerling wordt bevorderd op basis van het cijferbeeld. De vakken die meetellen zijn de vakken uit het gemeenschappelijk deel, de vakken uit het gekozen profieldeel, en één examenvak uit de vrije ruimte. De bevordering valt uiteen in twee delen waarbij een leerling zowel aan A als aan B moet voldoen.

A. Leerlingen in het havo en vwo mogen ten hoogste één vijf voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde scoren. Voor leerlingen zonder wiskunde
geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands en Engels behaald mag worden. Een leerling is dus niet bevorderd als a) er meer dan één vijf voor deze vakken wordt
gescoord; b) er een vier of lager voor deze vakken wordt gescoord.
B. Een leerling is bevorderd bij onderstaande onvoldoende eindcijfers (alle overige eindcijfers 6 of hoger). En als voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden en de voorwaarden genoemd onder 1, 2 en 3.

Het vak lichamelijke opvoeding telt in deze tabel niet mee.
Maatschappijleer (4 havo en 4 vwo) en ANW (5 vwo) tellen bij de overgang volledig mee
 
 1*5Geen voorwaarden
 1*4Gemiddelde cijfer alle vakken 6.0
 2*5Gemiddelde cijfer alle vakken 6.0
 1*5 en 1*4Gemiddelde cijfer alle vakken 6.0

Voorwaarden:

  1. Alle pta-onderdelen van het lopende cursusjaar moeten afgesloten zijn. Alle handelingsdelen (bijvoorbeeld lob) en het vak ckv moeten aan het eind van klas 4 havo, 4 vwo en 5 vwo minstens de kwalificatie voldoende hebben.
  2. De oriëntatie- en keuzefase van het profielwerkstuk moet afgerond zijn. Dit geldt alleen voor 4 havo en 5 vwo.
  3. Bij de overgang van 5 vwo naar 6 vwo telt het vak volledig mee dat met een schoolexamen in 4 vwo is afgesloten, namelijk maatschappijleer.

In alle andere gevallen wordt de leerling niet bevorderd. Als de leerling niet bevorderd is, wordt de overgangsvergadering gevraagd of er perspectief is. Indien dat er niet is, wordt de leerling afgewezen. De leerlingbegeleider zal dan aan de vergadering vragen of het wenselijk is het jaar op hetzelfde niveau over te doen of dat een ander traject gewenst is. Een leerling mag niet in twee opeenvolgende leerjaren doubleren. Indien de overgangsvergadering perspectief ziet, kan de vergadering een van de volgende
bindende besluiten nemen:

  1. Een aanvullende opdracht met een cijfereis zodat de leerling voldoet aan de bevorderingsregeling.
  2. Een aanvullende opdracht zonder cijfereis: een leerling is bevorderd en mag de les22 sen gaan volgen als de opdracht naar behoren en tijdig is uitgevoerd. Een leerling kan voor meerdere vakken een aanvullende opdracht zonder cijfereis krijgen.
  3. Een combinatie van 1 en 2.
  4. Bevorderen.

Het combinatiecijfer
Om tegemoet te komen aan de door de scholen geuite wens een slaag/zakregeling te creëren die prikkels in zich heeft niet alleen naar voldoendes te streven, maar ook naar meer dan zesjes, bestaat er in de Vernieuwde Tweede Fase het ‘combinatiecijfer’. Weliswaar verschijnen de resultaten voor alle vakken op de eindlijst, maar voor de uitslagbepaling tellen de cijfers van de ‘kleine vakken’ samen als één resultaat: het combinatiecijfer.
Per school kunnen de onderdelen die in dat cijfer meewegen verschillen: op het vwo zijn dat op het Beekdal Lyceum anw, maatschappijleer en het profielwerkstuk; op de havo maatschappijleer en het profielwerkstuk. Elk onderdeel weegt even zwaar bij het bepalen van het cijfer (bijvoorbeeld: bij twee onderdelen elk onderdeel 50%. Om te slagen mag de leerling voor geen van de onderdelen een cijfer lager dan een vier hebben. Het Beekdal Lyceum heeft ervoor gekozen om maatschappijleer en anw (in 5 vwo) volledig bij de overgang te laten meetellen. Er is dan nog geen sprake van een combinatie.

Tot slot
De school biedt de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een besluit van de vergangsvergadering. Op basis van informatie die nog niet bekend was ten tijde van de overgangsvergadering kan de commissie van beroep besluiten een situatie opnieuw voor te leggen aan de revisievergadering

Beekdal Lyceum

Het Beekdal Lyceum is een kleinschalige  havo-vwo school met een tweejarige brugperiode. In de onderbouw kiezen leerlingen voor een sport- of voor een cultuurprofiel. Als LOOT-school biedt het Beekdal Lyceum speciale faciliteiten voor topsporters. Verder verzorgt het Beekdal Lyceum in samenwerking met ArtEZ Dansacademie de vooropleiding Dans.