Het Beekdal Lyceum baseert zich bij de besluiten over de bevordering van leerlingen in hoge mate op de behaalde cijfers. Hieronder vindt u een overzicht van de rapportages 2012-2013, zoals u die dit jaar kunt verwachten. Alle leerlingen krijgen vier cijferrapporten. Het vierde rapport is een overgangsrapport.
Cijfers
De cijferrapportage is cumulatief. Dat betekent dat voor de cijferrapporten steeds alle tot dan toe behaalde cijfers meetellen. De cijfers op de rapporten worden op 1 decimaal afgerond. Behalve het jaarcijfer op het overgangsrapport, dat heeft 0 decimalen. Het overgangscijfer bestaat uit een gewogen gemiddelde van alle cijfers van dat vak van het gehele betreffende cursusjaar (6,49 wordt 6; 6,50 wordt 7). Aan proefwerken, so’s, opdrachten, werkstukken e.d. kan bij de diverse vakken een verschillende zwaarte worden toegekend. Dit wordt door de secties vastgesteld en wordt via Teletop gepubliceerd.
Bevordering klas 1, 2 & 3
De leerlingen worden bevorderd op basis van de cijfers op het overgangsrapport. Alle vakken tellen even zwaar mee. Er wordt allereerst gekeken naar het aantal tekortpunten.
Hierbij gelden de volgende afspraken:
- De tekortpunten in de cijferlijst van de leerling worden bij elkaar opgeteld.
- Een leerling is automatisch bevorderd als er niet meer dan 2 tekortpunten op de lijst voorkomen.
- Een leerling met 4 of meer tekortpunten kan niet worden bevorderd.
- Leerlingen met 3 tekortpunten worden besproken.
Leerlingen mogen ten hoogste één vijf voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde scoren. Een leerling is dus niet bevorderd als a) er meer dan één vijf voor deze vakken op het eindrapport staat; b) er een vier of lager voor deze vakken op het eindrapport staat.
Als een leerling niet bevorderd kan worden brengt de overgangsvergadering een bindend advies uit over het vervolgtraject. Als er een advies wordt uitgebracht om over te stappen, bijvoorbeeld naar een ander schooltype, kan dit alleen maar bindend zijn als uiterlijk bij rapport 3 aan de ouders/verzorgers dit als een voorlopig advies schriftelijk is overgebracht.
Er zijn dan de volgende mogelijkheden:
- Onder speciale voorwaarden toch overgaan
- Doubleren
- Ander type onderwijs
Een leerling mag niet in twee opeenvolgende schooljaren blijven zitten. Zou dit het geval zijn dan wordt de leerling verwezen naar een ander type onderwijs.
Valt een leerling in de bespreekmarge (punt 4) dan zijn er de volgende mogelijkheden:
- Een aanvullende opdracht met cijfereis.
- Een aanvullende opdracht zonder cijfereis
- Een combinatie van genoemde 2 opdrachten
- Zonder meer bevorderdNiet bevorderd
Klas 2 + 3
Behalve de normen voor overgang, gelden bij klas 2 ook een aantal afspraken voor de doorstroom naar havo of vwo. Bij rapport 3 geven alle docenten van de havo/vwo brugklassen een voorlopig advies over 3 havo, 3 vwo of een ander type onderwijs. Bij rapport 4 volgt het definitieve advies. Bij de overgangsvergadering wordt eerst gekeken of de leerling naar het 3e leerjaar kan worden bevorderd. Hiervoor gelden de algemene overgangsregels. Daarna wordt gekeken of de leerling naar 3 havo of 3 vwo kan worden bevorderd.
Voor deze (niveau)bevordering van klas 2 naar klas 3 gelden de volgende regels:
- Bij deze niveaubepaling wordt gekeken naar het jaargemiddelde dat op 1 decimaal is afgerond.
- Een leerling kan bevorderd worden naar het vwo als er hoogstens één vijf op de lijst voorkomt en het gemiddelde van alle vakken 7.0 of hoger is. Daarnaast moet voor de vakken Nederlands, Engels en wiskunde samen minstens 21,0 punten behaald zijn op basis van niet-afgeronde eindcijfers en het niet-afgeronde eindcijfer voor elk van deze minimaal 6.0 is.
- Is het gemiddelde jaarcijfer 6.7 of lager dan wordt deze leerling altijd naar 3 havo bevorderd.
- Is het eindcijfergemiddelde 6.8 of 6.9 dan beslist de docentenvergadering over deniveaubevordering. Hierbij spelen factoren als werkhouding, inzet en concentratie een rol. Deze uitspraak is bindend.
Klas 3
Naast de algemene overgangsnormen geldt voor klas 3 ook de volgende overgangsnorm: Leerlingen mogen ten hoogste één vijf voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde scoren. Voor leerlingen die geen wiskunde kiezen (alleen bij havo, profiel Cultuur en Maatschappij mogelijk) geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands en Engels behaald mag worden. Een leerling is dus niet bevorderd als a). er meer dan één vijf voor deze vakken op het eindrapport staat; b). er een vier of lager voor deze vakken op het eindrapport staat.
Bevordering 4 havo, 4 vwo en 5 vwo
De leerling wordt bevorderd op basis van het cijferbeeld. De vakken die meetellen zijn de vakken uit het gemeenschappelijk deel, de vakken uit het gekozen profieldeel, en één examenvak uit de vrije ruimte. De bevordering valt uiteen in twee delen waarbij een leerling zowel aan A als aan B moet voldoen.
- A. Leerlingen in het havo en vwo mogen ten hoogste één vijf voor het eindcijfer van de basisvakken Nederlands, Engels en wiskunde scoren. Voor leerlingen zonder wiskunde geldt dat ten hoogste één vijf voor Nederlands en Engels behaald mag worden. Een leerling is dus niet bevorderd als a) er meer dan één vijf voor deze vakken wordt gescoord; b) er een vier of lager voor deze vakken wordt gescoord.
- B. Een leerling is bevorderd bij onderstaande onvoldoende eindcijfers (alle overige eindcijfers 6 of hoger). En als voldaan wordt aan onderstaande voorwaarden en de voorwaarden genoemd onder 1, 2 en 3.
| 1x cijfer 5 |
Geen voorwaarden |
| 1x cijfer 4 |
Gemiddelde cijfer alle vakken 6.0 |
| 2x cijfer 5 |
Gemiddelde cijfer alle vakken 6.0 |
Voorwaarden:
- Alle PTA-onderdelen van het lopende cursusjaar moeten afgesloten zijn.
- Alle handelingsdelen (bijvoorbeeld lob) en het vak CKV moeten aan het eind van klas 4 havo, 4vwo en 5 vwo minstens de kwalificatie voldoende hebben.
- Bij de overgang van 4 havo en 5 vwo geldt dat de oriëntatie- en keuzefase van het profielwerkstuk afgerond moet zijn.
- Bij de overgang van 5 vwo naar 6 vwo telt het vak volledig mee dat met een schoolexamen in 4 vwo is afgesloten, namelijk maatschappijleer.
- In alle andere gevallen wordt de leerling niet bevorderd. Als de leerling niet bevorderd is, wordt de overgangsvergadering gevraagd of er perspectief is. De leerlingbegeleider zal dan aan de vergadering vragen of het wenselijk is het jaar op hetzelfde niveau over te doen of dat een ander traject gewenst is. Een leerling mag niet in twee opeenvolgende leerjaren doubleren.
De overgangsvergadering kan één van de volgende bindende besluiten nemen:
- Een aanvullende opdracht zonder cijfereis: een leerling is bevorderd en mag de lessen gaan volgen als de opdracht naar behoren en tijdig is uitgevoerd. Een leerling kan voor meerdere vakken een aanvullende opdracht zonder cijfereis krijgen.
- Een aanvullende opdracht met een cijfereis.
- Een combinatie van 1 en 2.
- Zonder meer bevorderd.
- Niet bevorderd.
Het combinatiecijfer
Om tegemoet te komen aan de door de scholen geuite wens een slaag/zakregeling te creëren die prikkels in zich heeft niet alleen naar voldoendes te streven, maar ook naar meer dan zesjes, bestaat er in de Vernieuwde Tweede Fase het ‘combinatiecijfer’. Weliswaar verschijnen de resultaten voor alle vakken op de eindlijst, maar voor de uitslagbepaling tellen de cijfers van de ‘kleine vakken’ samen als één resultaat: het combinatiecijfer.
Per school kunnen de onderdelen die in dat cijfer meewegen verschillen: op het vwo zijn dat op het Beekdal Lyceum ANW, Maatschappijleer en het profielwerkstuk; op de havo maatschappijleer en het profielwerkstuk. Elk onderdeel weegt even zwaar bij het bepalen van het cijfer (bijvoorbeeld: bij twee onderdelen elk onderdeel 50%).
Om te slagen mag de leerling voor geen van de onderdelen een cijfer lager dan een vier hebben. Het Beekdal Lyceum heeft ervoor gekozen om Maatschappijleer en ANW (in 4 havo en 5 vwo) volledig bij de overgang te laten meetellen. Er is dan nog geen sprake van een combinatie.
Beroep
De school biedt de mogelijkheid om in beroep te gaan tegen een besluit van de overgangsvergadering. Op basis van informatie die nog niet bekend was ten tijde van de overgangsvergadering kan de commissie van beroep besluiten een situatie opnieuw voor te leggen aan de revisievergadering. De zitting van de commissie van beroep vindt plaats na de overgangsvergaderingen en is terug te vinden in de jaarplanning.